Afspraken TWC De Grote Molen seizoen 2012

De wegkapitein - Elke week is er een wegkapitein die de route bepaalt.
De naam staat aangegeven op de kalender van de website in combinatie met een bepaalde route, echter de wegkapitein kan hiervan afwijken. De wegkapitein en niemand anders geeft de route aan. Hiermee voorkomen we discussie  vooraf en tijdens de route, wat ook de veiligheid ten goede komt.
Presteren - Uitgangspunt voor de zondagroutes is 80/90 km, na opbouw aan het begin van het seizoen.  Af en toe tussendoor even knallen en dan weer wachten op elkaar moet kunnen
Veiligheid boven alles - We gaan het komende seizoen de veiligheid goed in de gaten houden, in de eerste plaats door consequent de weg en obstakels tijdig aan te geven.                                       Als team fietsen - We vinden het belangrijk om als team te fietsen. Dat betekent gedisciplineerd draaien op een min of meer constant tempo, wachten op elkaar, ook oog hebben voor degene die achterop blijft. 
Koffiepauze niet voor 2/3 - De koffiepauze plannen we zoveel mogelijk niet voordat we 2/3 van de tocht hebben gereden. De koffiepauze is in de eerste plaats voor de gezelligheid, maar gebruiken we ook om punten die onderweg niet goed zijn gegaan of beter kunnen te bespreken, niet om te ruzieen maar om van te leren.                                                                                                               Toertochten - We gaan dit seizoen weer een aantal toertochten rijden, voor degenen die willen.
Woensdagavond knallen - Vanaf de zomertijd gaan we weer elke woensdagavond rijden.
Daarbij doen we afwisselend de even weken vast rondje waal/maas en de oneven weken vast rondje dijk/heuvels,.




Tips bij het klimmen en dalen:

Rij je eigen tempo, ga niet mee in het snellere spoor van een ander.
Probeer in een gelijkmatig tempo te fietsen, hierbij zijn je handen bovenop het stuur. Begin bij het klimmen van lange bergen rustig en ga in het begin niet te hard. Bij steile stukken ga dan niet staan, maar schakel een tandje terug. Het is onverstandig om veel uit het zadel te komen, omdat je bij het staan meer energie verbruikt. Bij minder steile stukken kun je wat snelheid winnen door er een tandje bij te zetten. Nog wat tips: neem een jasje (het kan boven een stuk kouder zijn), eten en voldoende drank mee.
Houdt boven op een berg even rust om je hartslag te laten normaliseren. Zo begin je geconcentreerder aan een afdaling. In de afdaling kun je de benen mee laten draaien. Dat is goed voor de doorbloeding en dus goed voor je herstel. In de bocht duw je het ‘buitenbeen’ naar beneden en trek je het ‘binnenbeen’ op, tegen je frame. Stuur nooit met je knie naar buiten. Dan trek je jezelf uit balans. Een juiste houding in de bocht geeft enorm veel controle over je fiets. Veel deelnemers in de afdaling hebben de handen op het stuur, oftewel op de remgrepen. Het is belangrijk jezelf aan te leren dat zodra je de afdaling begint je de handen onderin de beugels plaatst. Je hebt daardoor meer controle over je fiets. Daarbij voorkom je bij een slecht wegdek ( een kleine hobbel) dat je met je handen over het stuur schiet.

Tips voor toerrijders om gevaarlijke situaties te voorkomen:

Tempo
Probeer in een gelijkmatig tempo te fietsen, zodat er geen onrust in de groep ontstaat. Ook is het voor degenen die achteraan fietsen duidelijker wat ze kunnen verwachten. Houdt in de gaten of de mindere fietsers het tempo nog aankunnen, pas eventueel de snelheid aan.


Plaats in de groep
Fiets met maximaal twee renners naast elkaar. De kans op ongelukken is zo een stuk kleiner, bovendien is het wettelijk niet toegestaan met drie of meer personen naast elkaar te fietsen. Probeer ook regelmatig wat kopwerk te doen. Na het kopwerk laat je je, afhankelijk van je positie, via de binnenkant of buitenkant van de groep afzakken. Voortdurend helemaal achteraan fietsen is niet verstandig, omdat je bij kleine oponthoudingen (zoals scherpe bochten en tegenliggers) je extra energie moet steken om weer bij de groep te komen. Bovendien is de kans een stuk groter dat je bij een valpartij betrokken raakt. Ook is het voor je conditie beter om regelmatig op kop te rijden.

Waaier rijden
Het woord 'waaien' zegt het eigenlijk al: tegen de wind in fietsen. Deze techniek wordt toegepast bij tegenwind die van opzij komt. Er wordt gefietst in een lang lint, waarbij elke renner zo kort mogelijk achter het wiel van zijn voorganger zit. Ook fietst elke renner net even meer links of rechts (afhankelijk van welke hoek de wind komt) achter zijn voorganger. Door deze tactiek neemt de windkracht in de groep steeds verder af. De voorste renner laat zich na een periode van kopwerk afzakken naar de achterste positie in de groep, om weer op adem te komen. Dit afzakken gebeurt als de wind van links komt via de buitenkant van de groep. Bij rechterwind via de binnenkant.


Blijf attent rijden.
Als je in een groep rijdt, zie je niet wat er voor je gebeurt. Daarom is het belangrijk om steeds heel attent te blijven om desnoods niet gemelde gevaren alsnog te kunnen ontwijken.

Daarom enkele tips om je te helpen om attent te rijden :

* Kijk steeds verder dan enkel de renner voor jou. Zorg ervoor dat je zeker je voorligger in het oog houdt,     maar ook wat er voor hem gebeurt. Als hij valt, val jij ook.

* Kijk geregeld even langs je voorligger. Zo kun je al inschatten of er tegenliggers, wegversmallingen    en/of andere gevaren gaan aankomen.

* Houd genoeg afstand met het achterwiel van je voorligger. Als je zijn achterwiel raakt, brengt dit jullie allebei uit evenwicht met een valpartij tot gevolg.
 
* Geef de renner(s) naast je genoeg ruimte. Ga niet tegen de schouder of stuur van je fietsgenoot rijden.

 * Maak geen onverwachte bewegingen, maar fiets op een rechte lijn.

* Rem niet zonder dit eerst te melden. Bij b.v. een lekke band bol je rustig uit en geef je aan dat je wil    stoppen.
 
* Kun je het tempo niet aan en wil je achteraan plaatsnemen, geef dan aan dat je opzij gaat.